donderdag 15 augustus 2013

Hoe pak je alcoholproblemen op de werkvloer aan?

nrcnext.nl, 1 februari 2009
Hoe pak je alcoholproblemen op de werkvloer aan?


Een werknemer die tijdens kantooruren last heeft van een kater of zelfs nog onder invloed is van alcohol, presteert volgens het gezondheidsinstituut NIGZ maar voor 75 procent. Hoe herken en help je de verslaafde collega?

Door Steven de Jong

Drie tot zes procent van de beroepsbevolking heeft momenten van disfunctioneren door alcoholgebruik, schrijft het NIGZ in haar Factsheet Alcohol en Werk. Weinigen durven aan de bel te trekken bij alcoholproblemen, vermoeden de deskundigen. Noch de collega noch de verslaafde zelf.

Het NIGZ pleit daarom al jaren voor alcoholbeleid op de werkvloer. In 2004 liet ze het enquêtebureau TNS-NIPO onderzoek doen naar alcoholbeleid bij bedrijven. Een derde van de werkgevers zou dit voeren. Maar dat zegt weinig. “In de meeste gevallen gaat het om een gedragscode, maar die is niet altijd schriftelijk vastgelegd.”

Alcoholbedrijfsbeleid begint volgens het NIGZ al bij de afspraak dat werknemers niet met een dranklucht op kantoor mogen verschijnen. Personeelszaken kan vervolgens een informatiepakket verspreiden om het probleem bespreekbaar te maken, sancties op schrift stellen en 'verdachten' een vrijwillige blaastest aanbieden.

Het begint natuurlijk bij signaleren. Als iemand zich regelmatig voor slechts een dag ziek meldt kan dat duiden op flinke katers. Meer in het algemeen wordt een ‘onregelmatig werkpatroon’ als verdacht aangemerkt; lange pauzes, frequent toiletbezoek en lagere productiviteit. Datzelfde geldt voor ‘zomaar’ kleine ongelukjes en 'domme' vergissingen.

Anders dan mensen met rugpijn, doen alcoholisten er alles aan hun probleem te verbergen. “Dat is een wezenlijk onderdeel van de verslavingsproblematiek”, benadrukt Frans Koopmans, stafmedewerker van verslavingszorginstelling De Hoop in Dordrecht. Hoe stel je het dan aan de kaak? Afvinken bij andere collega’s of ze je vermoeden delen, getuigt volgens hem van weinig discretie. De leidinggevende doet er beter aan om onder vier ogen zijn vermoedens te delen met de werknemer waar het om gaat. “Eventueel kan hij ook doorverwijzen naar hulp, bijvoorbeeld de bedrijfsarts, de maatschappelijk werker of de verslavingszorginstelling.” Zelf voor hulpverlener spelen, raadt hij af. “Daarvoor is het bedrijf niet geëquipeerd en de leidinggevende niet opgeleid.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten